Skip to content
06/11/2015 / gjmbennink

“Doe als de rockband Iron Maiden”

Zeist,05november2015

Berthold Gunster is grondlegger van 
het ‘omdenken’. Over dit begrip schreef hij een flink aantal bestsellers, geeft hij trainingen en maakt hij zelfs een theatershow. Op het INretail Ledenevent geeft hij een inleiding in het ‘omdenken’. Wij spraken de ‘meester omdenker’ alvast.

Omdenken in het kort?
“Omdenken is van een probleem een mogelijkheid maken. Dus in plaats van op een ‘ja-maar-manier’ op een ‘ja-en- manier’ in het leven kunnen staan. Eigenlijk is het zoeken naar nieuwe retailmodellen een soort omdenken.

Accepteren dat de consument en de markt veranderd zijn, het verzet staken en je richten op de zaken die je zelf in de hand hebt.”

Retailvoorbeeld?
“Denk aan internet. Voor veel retailers is dat best een probleem. Oplossen is zorgen dat het probleem er niet meer is. Maar je kunt internet niet opdoeken natuurlijk. Dus accepteren dat het er is en kijken of er mogelijkheden voor jou zijn, is wel de oplossing.”

“De rockband Iron Maiden heeft dat op een geweldige manier gedaan. Zij hadden net als zoveel bands last van illegale downloads. Zij zijn gaan kijken in welke steden hun muziek het meest gedownload werd en hebben daar concerten ingepland. Het zijn hun best bezochte concerten geweest. Ze maakte van hun vijand een bondgenoot.”

Dat raad je ondernemers dus ook aan?
“Het klinkt paradoxaal: Maar accepteren dat zaken niet te veranderen zijn maakt je een vrijer mens, of ondernemer. Ondernemers die het moeilijk hebben moeten stoppen met doen wat ze doen. Einstein zei het al: ‘Insanity is doing 
the same thing over and over again and expecting different results.’ Wat dan wel doen? Je moet je business opnieuw uitvinden. En als je niet creatief bent, doe dan gewoon iets waar een ander in een andere stad succesvol mee is.”

De boel bij elkaar jatten?
Ja, natuurlijk. Pepsi heeft dat ook gedaan met Coca Cola en je kunt niet beweren dat Pepsi er niet succesvol mee is. Wat ik bijvoorbeeld nooit begrepen heb, is dat niemand is gaan doen wat Ikea doet.”

 

 

Advertenties
29/04/2015 / gjmbennink

Lekker slapen en morgen gezond weer op…

shutterstock_267915275

Door Dunja Hoejenbos

Dat zou je denken, maar dat ligt nog niet zo voor de hand. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat volwassenen die meer dan 8 uur per nacht slapen een verhoogd risico lopen op een beroerte. Best verontrustend. Je denkt immers al snel: ‘ik moet de hele week vroeg op, dus ik duik er maar bijtijds in.’

Slaapdronken…
Lang slapen is dus niet zo zaligmakend als wellicht gedacht, maar soms heb je het wel nodig. Want het omgekeerde is ook waar. Als je een tekort hebt aan slaap, vermindert je concentratie en daarmee komt je eigen veiligheid en die van anderen in het geding. Denk aan het werken met machines, met gevaarlijke stoffen en aan deelnemen aan het verkeer. Wie 17 uur wakker is, verkeert namelijk in dezelfde toestand als iemand met een bloedalcoholgehalte van 0,5 promille. Dat is de grenswaarde waarop je nog een auto mag besturen. Heb je 24 uur niet geslapen, dan is dat vergelijkbaar met een bloedalcoholgehalte van 1,0 promille.

Een burn out ligt op de loer
Gelukkig is dat maar tijdelijk. Door een nachtje goed te slapen, herstel je en ben je weer helder en fris. Maar als je dat niet kunt, dan blijft er een restje vermoeidheid hangen en begin je je dag niet fit. Als je vervolgens weer niet goed slaapt, ben je dag erna weer iets minder fit en zo verder. Die opbouw van vermoeidheid kan, naast eerdergenoemde onveilige situaties, op den duur zelfs tot een burn out leiden.

Wat is wijsheid?
Voor (bijna) alles geldt dat ‘te’ nooit goed is. Het kan geen kwaad om bij jezelf na te gaan hoe jouw slaappatroon eruit ziet en of er, indien nodig, iets te verbeteren valt. Wil je daar meer over weten, klik dan hier. Er staat wat slapen precies is en wat je kunt doen als je er problemen mee hebt. Wil je meer weten over het wetenschappelijk onderzoek, klik dan hier. Op Facebook  kun je de pagina ‘slapen’ liken. Ook hier een stukje uitleg en veel leuke weetjes over slapen. Ruim 201.000 mensen gingen je al voor.

Welterusten.

 

Dunja Hoejenbos van Dunja Denkt & Doet, marketingcommunicatieadviseur gespecialiseerd in communicatie rond arbozaken in de woonbranche.

07/04/2015 / gjmbennink

Oud ROC van Twente leerling leeft zijn droom.

Omar Munie leeft zijn droom

Nationale en internationale celebraties pronken met een echte Omar Munie. Het meest trots is hij dat Hillary Clinton er eentje uit zijn collectie heeft. „En de buurvrouw natuurlijk.” Toch noemt hij zichzelf een simpele tassenontwerper.

door Marja van Spaandonk

Omar Munie (28 jaar) leeft elke dag zijn droom. Hij staat volop in de belangstelling met The Dream Factory, een atelier waar langdurig werklozen door hem worden opgeleid om duurzame tassen te maken.

Want hij wil ook dat anderen hun droom kunnen leven en kansen krijgen die hij ook kreeg toen hij in 1995 als 9-jarige vluchteling naar Nederland kwam. „Ik woonde met mijn vader en moeder en acht broers en zussen in de hoofdstad van Somalië, waar zwaar gevochten werd. Eerst vluchtten mijn vader en vier broers naar Amerika. Mijn moeder spaarde geld bij elkaar met een handeltje in stoffen, om ook de rest van het gezin in veiligheid te brengen.”

Het verscheurde gezin belandde eerst in een vluchtelingenkamp in Tanzania. Moeder Munie werkte keihard om vliegtickets voor haar kinderen te verdienen. Samen met zijn oudere zus en twee jongere broertjes vertrok Omar naar Nederland. Het zou drie jaar duren voordat zijn moeder ook kwam.

Hij zwierf van asielzoekerscentrum naar asielzoekerscentrum, van Haarlem naar Den Helder, van Bergen naar Zierikzee. Om uiteindelijk in Leidschendam terecht te komen. „Ik vond het verschrikkelijk te moeten verhuizen. Als kind snap je daar niets van, ik was voornamelijk boos.”

Omar heeft het allemaal alleen moeten doen, steun van zijn ouders kreeg hij niet. „Ik kwam op een vervelende vmbo-school terecht en regelde zelf dat ik op een andere kwam. Ik wilde iets creatiefs doen, iets met mode. Dat vond mijn moeder maar niets, ze hoopte dat ik in een net pak mijn brood zou verdienen. Daarvoor waren we tenslotte naar Nederland gekomen.” Het liep allemaal heel anders omdat Omar zijn hart volgde. „Toen ik voor het eerst op de Haagse School voor Mode en Kleding kwam, had ik meteen een klik met de naaimachines. Ik leerde van iets heel kleins iets groots te maken, zo werk ik nog steeds. Daar ben ik trots op.”

Zijn eerste tassen maakte hij aan de keukentafel van zijn moeder. Die waren zo bijzonder, dat de meisjes in zijn klas ze wel wilden kopen. Tijdens zijn mbo-opleiding richtte hij zijn bedrijf Omar Munie Clothing op. „Ik ging met mijn tassen in een trolley de winkels in mijn buurt af. Geen winkelier die het met mij en mijn tassen zag zitten.” Even zakte de moed hem in de schoenen. Maar hij zette door.

Op 17-jarige leeftijd vloog hij met een vriendinnetje mee naar New York. Daar wist hij zijn tassen aan het grote warenhuis Macy’s te slijten. Waarna hij op maandag weer gewoon in de klas zat. Het leverde hem de prijs ‘Beste leerling van het jaar op’ en daar is hij nog steeds ongelooflijk trots op. Er volgden nog veel meer prijzen en acht jaar later opende hij zijn eigen flagshipstore in Den Haag. Hij ontwierp tassen voor de gemeente Den Haag en maakte van de oude bedrijfskleding van KLM trendy tassen. De brief met de complimenten van koningin Máxima hangt ingelijst in zijn atelier.

Omar Munie is pas 28 en heeft de hele wereld al gezien. Fashionista’s van Hong Kong tot Dubai en van Rotterdam tot New York lopen met een tas van hem aan de arm. De vluchteling die hij was, de Somalisch-Nederlandse man die hij nu is, zag zijn American dream uitkomen. En bijna uit elkaar spatten. Anderhalf jaar geleden haalde hij een prik tegen gele koorts omdat hij naar Tanzania zou gaan. „Door de prik zijn mijn nieren beschadigd. Ik heb twaalf dagen in coma gelegen. Dat ik er nog ben, is een wonder.”

Hij moest aan de nierdialyse, tot afgelopen december. Toen stond een kennis van Munie een nier af. „Dankzij het fantastische geschenk van mijn nierdonor kan ik weer mijn eigen leven leiden. Dat gun ik andere nierpatiënten ook. Daarom ben ik ambassadeur van de Nierstichting geworden.”

Toen het zo slecht met hem ging, ging het ook niet goed met zijn bedrijf. „Ik was de draaiende motor en wist meteen wat ik verkeerd had gedaan: de draaiende motor zijn. Gelukkig ben ik er door alle mensen die mij lief zijn doorheen gesleept. Wat deze periode mij vooral leerde, is dat gezondheid op nummer 1 staat en familie en vrienden het allerbelangrijkste zijn in het leven.”

In de periode dat hij gedwongen werd rustiger aan te doen, ontwikkelde hij zijn nieuwste plan: door het hele land Dream Factories opzetten, waar werklozen met talent ambachtelijk vakwerk leren en hun dromen waarmaken. „Ik vraag nooit naar een cv, belangrijker vind ik enthousiasme en de wil om hard te werken. Zo ben ik er ook gekomen.”

http://www.omarmunie.com

reageren?

consument@depersdienst.nl

Van iets heel kleins iets groots maken, zo werk ik nog steeds. Daar ben ik trots op

Omar Munie

07/04/2015 / gjmbennink

Kleine zelfstandige in de zorg kan met een beetje training een echte ondernemer worden.

HENGELO – ‘Eénpitters’ in de zorg moeten vooral veel creatieve oplossingen bedenken. De markt van zorg en welzijn verandert zo snel, dat er constant behoefte is aan nieuwe diensten.

Dat heeft de eerste lichting deelnemers aan de training ‘zelfstandig ondernemerschap in de zorgen welzijnsbranche’ ervaren. Deze training is een initiatief van de Regionale Organisatie Zelfstandigen (ROZ) en het ROC van Twente. ROZ en roc willen de komende jaren veel meer zorgprofessionals trainen in flexibel ondernemerschap. In de zorg gaan na 2017 jaarlijks 40.000 werkers met pensioen. Er blijft dus werk genoeg over in de zorg en zelfstandigen kunnen daarvan profiteren als ze flexibel kunnen inspringen op de veranderende behoeften.

Het aantal zzp’ers in de zorg zal blijven groeien, door grote bezuinigingsrondes en reorganisaties binnen zorginstellingen. Ontslagen personeel gaat vaak als zzp’er door in dezelfde branche.

Juist vanwege dit soort grillige schommelingen in de werkgelegenheid en door de vraag naar specifieke vakbekwaamheid, is het volgens docente Janny Beuzel van belang, dat zzp’ers zich meer als ondernemers gaan gedragen en zo diensten ontwikkelen waar grote behoefte aan is. „Maar zorgwerkers willen van huis uit vaak maar één ding en dat is voor anderen zorgen. Ondernemerschap, administratie, marktverkenning en klantenwerving vinden ze vaak moeilijk, lastig of vervelend. Maar dat hoeft het niet te zijn. Aanbellen in een appartementencomplex waar veel ouderen wonen en vragen of de bewoners behoefte hebben aan jouw dienstverlening, kan al een heel effectieve manier van marktonderzoek zijn.”

De overdracht van zorgtaken van rijk naar gemeenten, de komst van meer kleinschalige zorginitiatieven zoals buurtzorg, zorgboerderijen, kinderopvang en ouderenzorg vragen volgens de ROZ en het roc om meer flexibiliteit, creativiteit , gedrevenheid en passie bij de kleine zelfstandige ondernemers en werkers. „In dit vak worden meer en meer banen gestapeld”,zegt Beuzel, „een van onze cursisten is na de training voor zichzelf aan de slag gegaan, maar kreeg mede dankzij zijn nieuwe inzichten die hij op de training had opgedaan ook een baan in deeltijd aangeboden. Zo combineren tegenwoordig veel zorgwerkers twee of drie banen in hun vak.”

De cursus voor zelfstandig ondernemerschap telt achttien bijeenkomsten van drie uur. Het is mogelijk de opleiding met een Europees certificaat af te sluiten. „Europees inderdaad”, zegt Beuzel. „We kijken nadrukkelijk naar de arbeidsmarkt over de grens.”

_ Zorgwerkers willen van huis uit vaak maar één ding en dat is voor anderen zorgen _ Tegenwoordig combineren veel medewerkers in de zorg twee of drie banen in hun vak

07/04/2015 / gjmbennink

‘ Zorgduizendpoot’ vindt snel draai als zzp’er

door Bert Hellegers DIEPENHEIM – Agnes Schreijer meldt trots dat ze net haar belastingformulieren heeft doorgestuurd. Zelf ingevuld, voor de eerste keer als ondernemer.

Ze had daarvoor een financieel specialist kunnen inhuren, maar dan ben je al snel zo’n 300 euro kwijt, zegt de 58-jarige Diepenheimse. „Dat heb ik mooi uitgespaard. Dat scheelt weer.”

Schreijer heeft een lange loopbaan bij verschillende zorgorganisaties achter de rug, typeert zichzelf als een ‘zorgduizendpoot’. Haar laatste baan in loondienst was als client-adviseur bij VVT. Maar precies een jaar geleden werd duidelijk dat daar voor haar geen toekomst meer was.

„VVT is opgedoekt, veel collega’s konden bij andere instellingen aan de slag, maar dat gold niet voor het ondersteunend personeel. Ik wist dat ik geen kansen had op een andere baan.

Niemand zit op iemand van mijn leeftijd te wachten. Ik wilde sowieso niet werkloos thuiszitten. Dat is niks voor mij. Ik was er snel uit: ik probeer voor mezelf iets op te zetten.”

Op 31 maart werd ze officieel ontslagen, twee weken later begon ze vanuit haar woning met haar eigen bedrijfje Algemeen Verpleegkundige Zorg (AVZ) Schreijer. In de weken daarvoor heeft ze veel hulp gehad van zowel UWV als de Regionale Organisatie Zelfstandigen (ROZ) in Hengelo. Zonder die ondersteuning had ze niet zo snel de overstap kunnen maken, verzekert Schreijer. Lachend: „Ik dacht aanvankelijk dat ik zo kon beginnen, maar zo werkt het dus niet.”

Ze zat enkele keren aan tafel met haar vaste begeleider van het UWV. „En ook een medewerker van ROZ heeft me op weg geholpen. Je moet aan heel veel dingen denken. Elke zorgorganisatie die een zzp’er inhuurt, stelt allerlei eisen. Je moet allerlei verklaringen kunnen overleggen, zoals die van goed gedrag. Voordat je begint, moet je ook je diploma’s op orde hebben en je vakbekwaamheid en ervaringen kunnen aantonen. Je moet je aansluiten bij een keurmerk, je verzekering goed voor elkaar hebben, pensioenopbouw regelen, noem maar op. Een eigen site, want ze moeten je wel weten te vinden. En…”, stelt ze schaterend vast, „ik moest een ondernemersplan hebben. Nou, daar was ik snel mee klaar. Ik kreeg dat ’s middags bij het UWV te horen en heb eenmaal thuis een voorbeeld van de site van ROZ gehaald en ingevuld. ’s Avonds om acht uur heb ik het ondernemersplan al opgestuurd. Mijn begeleider van het UWV vond het wel erg summier, maar wat wil je: ik heb geen materiaal nodig, hoef niks aan te schaffen, ik moet het gewoon zelf doen. Daar heb je toch geen dik plan voor nodig?!”

Ze kreeg van UWV toestemming met behoud van een deel van haar uitkering van start te gaan. „Dat maakte het financieel natuurlijk gemakkelijker.”

Al snel kreeg ze een behoorlijke klantenkring. „Voordeel was dat ik een uitgebreid netwerk had.”

Behalve door particulieren wordt ze ingeschakeld door bemiddelingsbureaus en zorgorganisaties als CareMatch, Allerzorg en Zorgzuster Twente. „Vooral voor 24 uurszorg, bij mensen thuis.

Bijna allemaal terminale zorg.”

Ze werkt gemiddeld veertig uren per week. „Maar er zitten ook weken van 56 uren bij. Je moet niet te beroerd zijn vaak in het weekend te werken, je moet flexibel zijn. Ik wil ook steeds bijleren. Ik zorg momenteel voor een client met de spierziekte ALS (amyotrofische laterale sclerose, red.). In de zomer ga in het ALS-centrum in Utrecht een cursus volgen om me daar meer in te verdiepen.”

Agnes Schreijer zegt zich als zzp’er financieel goed te kunnen redden. Daar denkt de Rabobank blijkbaar anders over. Ze is in een conflict verwikkeld met haar hypotheekverstrekker, vertelt Schreijer als ze wijst op een scheur in de muur van haar keuken.

„Komt doordat de fundering aan het verzakken is. Hebben hier meer huizen last van. Dat moet hersteld worden. Dat kost zo’n 60.000 euro. Ik heb daarvoor een extra hypotheek bij de bank aangevraagd, maar die krijg ik niet. Terwijl ik ook met die extra hypotheek nog onder de WOZ-waarde van mijn huis blijf. Maar bij de bank zeggen ze dat ik niet voldoende kan aantonen dat ik kredietwaardig ben. Daarvoor moet ik als zzp’er minimaal over drie jaren inkomsten kunnen laten zien. Maar hoe kan dat nou als je nog maar een jaar zelfstandig aan het werk ben?! Daar kan ik ontzettend kwaad over worden. Dat zijn wel vervelende dingen waar je als beginnende zelfstandige tegen aanloopt.”

_ Zelfstandig verpleegkundige Agnes Schreijer: „Ik dacht aanvankelijk dat ik zo kon beginnen, maar zo werkt het dus niet.” foto Charel van Tendeloo

07/04/2015 / gjmbennink

Steeds meer werkloze 50- plussers als zzp’er

ZELFSTANDIGEN ZONDER PERSONEEL

In Twente begonnen vorig jaar 119 werklozen van vijftig jaar of ouder een eigen bedrijfje.

ENSCHEDE – Steeds meer werkloze 50-plussers besluiten om voor zichzelf te beginnen. In Twente ging het vorig jaar om 119 mensen (88 mannen en 31 vrouwen) die om die reden uit de bakken van het UWV verdwenen. Omgerekend een toename van 57 procent in vergelijking tot 2013. In heel Overijssel kozen vorig jaar 221 werkloze 50-plussers voor het ondernemerschap. Eigenlijk is het aantal oudere werklozen dat als zzp’er aan de slag gaat, veel hoger. De vorige week gepresenteerde ‘Barometer 50-plus’ van het UWV heeft alleen betrekking op de groep waarvoor de WW-uitkering volledig is beëindigd. „Er zijn daarnaast ook veel mensen die voor een of twee dagen als zelfstandige gaan werken en daarnaast nog een uitkering krijgen”, licht woordvoerster Joyce van Onzenoort van het UWV toe.

Nog meer dan voor lotgenoten in de jongere leeftijdscategorieën is het voor 50-plussers die werkloos worden, moeilijk om weer een plek op de arbeidsmarkt te veroveren. „Een eigen bedrijfje is een manier om in crisistijd toch aan het werk te komen, al dan niet in een volledige baan.”

Van de 88 mannelijke werkloze 50-plussers uit Twente, die besloten als zzp’er verder te gaan, waren er 21 afkomstig uit de zakelijke dienstverlening. Van de 31 vrouwen, die hetzelfde deden, waren er zestien eerder werkzaam in de detailhandel en acht in de zorgsector. Als zzp’er hebben ze een behoorlijke kans op een succesvol vervolg van hun loopbaan. „Uit eerder onderzoek blijkt dat van de werkloze 50-plussers die als ondernemer zijn doorgegaan, tweederde na drie jaar nog als zelfstandige werkt.” Desondanks is het aantal werkloze ouderen dat de stap naar zelfstandig ondernemerschap durft te wagen, betrekkelijk gering. „Van de honderd 50-plussers die in Twente het werk volledig hervatten vanuit de WW, gaan er gemiddeld vier als zelfstandige aan de slag.”

23/03/2015 / gjmbennink

Werk aan de winkel 3.0 volgens Retaildeskundige Paul Moers .

WINKELS

Paul Moers weet hoe winkels kunnen overleven: door spektakel te bieden en te verrassen.

door Wilko Voordouw DEN HAAG – Winkels en winkelgebieden moeten een theater worden en de consument verrassen.

Retaildeskundige Paul Moers legt in zijn boekWerk aan de winkel 3.0 uit hoe dat moet. En ook wat níet moet. „Zo’n winkelcentrum Hilvertshof in Hilversum, afgrijselijk.

Zelfs al heb je een hekel aan je schoonmoeder, dan stuur je haar daar toch niet naartoe.”

Vorige week presenteerde minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) zijn retailagenda. Hij denkt dat de komende jaren zo’n 30.000 winkels gaan sluiten en hele winkelgebieden zullen verdwijnen. Huren moeten omlaag want die zijn exorbitant.

Moers is optimistischer. „Er verdwijnen hooguit 9.000 winkels. Daar hoeven we geen traan om laten. Neem Schoenenreus, dat weer een doorstart maakt. Let wel: na twee faillissementen. Leveranciers hebben al twee keer het nakijken gehad.

Goede leveranciers kijken dus wel uit en dus krijgt Schoenenreus de schoenen van de hufters en de oplichters. Dat is ten dode opgeschreven. Confectieschoenen koop je via internet. In de schoenenbranche gebeurt hetzelfde als bij Free Record Shop is gebeurd. Je hebt meer keuze en meer gemak bij iTunes of Spotify.”

Er verdwijnen volgens Moers winkelgebieden. „Denk aan de kop van Noord-Holland, Groningen en Limburg, de krimpgebieden. De centrumfunctie van de grote steden gaat groeien. Daar komt de vernieuwing vandaan. Naast winkelen zijn recreatie, horeca en evenementen belangrijke redenen om naar een stad te komen. De binnenstad moet als een formule worden gezien.”

De 59-jarige Moers zegt dat winkeliers de stenen winkel springlevend moeten maken. „De tijd dat je als winkelondernemer wat spullen neerzette en kon wachten tot de klanten binnenkwamen, is voorbij”, zegt hij. Zo verwacht hij veel van de virtuele passpiegel. „Je ziet jezelf in het kledingstuk waarvan je denkt dat het het goede is. Je kan de kleur aanpassen, past nog eens een ander stuk, een maatje groter of kleiner. Dan laat je het uit het rek trekken en je past het werkelijk. Om te voelen of de stof prettig is. Scheelt heel veel tijd en ergernis.”

Winkels gaan de klant herkennen via diens smartphone. „De technologie herkent je, zoals de winkelier dat vroeger deed.”Beacons zenden via bluetooth persoonlijke aanbiedingen en productinformatie naar smartphones van klanten die een winkel betreden.

‘Fluisteretalages’ fluisteren aanbiedingen voor wie zijn oor bij het raam houdt. En steeds meer internetzuilen zorgen ervoor dat de bestelling in de winkel geplaatst kan worden en de volgende dag thuisbezorgd wordt. „Winkelen moet weer een beleving worden, een uitje. Dan zal je zien dat mensen hun bijzondere dingen in de winkel willen kopen, terwijl de banale zaken via internet worden gekocht”, zegt hij.

Er zijn al plaatsen waar het heel goed gaat, zoals de winkeltraverse onder station Rotterdam Centraal. „Het is een ontmoetingsplek en je kan er prachtig winkelen.” Ook de markthallen in Rotterdam en Amsterdam zijn volgens hem goede voorbeelden. „En neem Hoog Catharijne in Utrecht. Daarin wordt een half miljard geïnvesteerd om er een ontmoetingsplaats van te maken. Daar is sprake van een eigentijdse combinatie van foodcourt, vermaak en winkels.”

Ook de regelgeving moet op de schop. „Want het is natuurlijk van de gekke dat een boekenwinkel geen vergunning zou krijgen om bijvoorbeeld koffie te verkopen, zodat de klant er met een drankje in zijn nieuwe boek kan bladeren. De winkel moet een theater zijn waar de klant langer wil blijven.”

TC Tubantia 23-03-2015